Raad van State schorst gunning van opdracht voor vervanging houten kozijnen in Brusselse school wegens referentie buiten vijfjaarsperiode en gebrekkig prijsonderzoek
De Raad van State schorste bij uiterst dringende noodzakelijkheid de gunning door de stad Brussel van een opdracht voor de vervanging van houten kozijnen in de Koningin Astrid school, omdat de gekozen inschrijver een referentie had voorgelegd die buiten de door het bestek vereiste vijfjaarsperiode viel en het algemeen prijsonderzoek niet door deugdelijke en zorgvuldige motieven was geschraagd.
Wat gebeurde er?
De stad Brussel schreef via een openbare procedure een overheidsopdracht voor werken uit voor de vervanging van houten kozijnen (ramen en deuren) in de Koningin Astrid school, geraamd op 2.380.724 euro exclusief btw. Er werden twee offertes ingediend: de bv J.D.W. voor 1.495.520,89 euro en de combinatie Wycor-Fabribois voor 2.406.050,50 euro. Het bestek vereiste als selectiecriterium twee referenties van gelijkaardige uitgevoerde werken van minimum 750.000 euro die de inschrijver in de voorbije vijf jaar had uitgevoerd, met vermelding van de begin- en einddatum van de werken. De prijs was het enige gunningscriterium. Het college van burgemeester en schepenen gunde de opdracht op 5 oktober 2023 aan J.D.W. Op 24 november 2023 schorste de Brusselse minister bevoegd voor plaatselijke besturen, als toezichthoudende overheid, de gunningsbeslissing. De minister stelde vast dat de selectie onvoldoende was gemotiveerd, dat een referentie van J.D.W. zes jaar oud was in plaats van vijf, dat het prijsonderzoek onnauwkeurig was, en dat het transparantiebeginsel was geschonden. De stad handhaafde de gunning op 5 januari 2024 met een uitgebreidere motivering. Zij stelde dat de referentieperiode van vijf jaar moest worden berekend vanaf de datum van definitieve oplevering (26 augustus 2019) en niet vanaf de einddatum van de werken (2017), en dat het prijsonderzoek gebaseerd was op een vergelijking met de UPA-prijslijst en de prijzen van een jaarlijkse aannemer. De toezichtstermijn verstreek op 5 februari 2024. Wycor en Fabribois vorderden op 24 april 2024 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. De Raad van State oordeelde dat het eerste middel ernstig was: het bestek vroeg uitdrukkelijk de begin- en einddatum van de werken, niet de datum van definitieve oplevering. Een referentie met als einddatum 2017 viel buiten de vijfjaarsperiode. Door deze referentie toch te aanvaarden handelde de stad in strijd met haar eigen bestek en het beginsel patere legem quam ipse fecisti. Het derde middel was eveneens ernstig: het algemeen prijsonderzoek was niet door deugdelijke motieven geschraagd. De totaalprijs van J.D.W. lag 37 procent onder de raming en 38 procent onder die van Wycor-Fabribois. De vergelijking met de UPA-prijslijst was niet dienstig omdat deze enkel prijzen voor meranti bevatte en niet voor het door het bestek vereiste afzelia hout. Een post factum opgesteld technisch verslag van een externe partner dateerde van na de bestreden beslissingen en kon niet als geldige motivering dienen. De Raad van State beval de schorsing van de tenuitvoerlegging van beide gunningsbeslissingen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest illustreert twee veel voorkomende valkuilen in overheidsopdrachten. Ten eerste: wanneer het bestek de begin- en einddatum van de werken als referentieperiode hanteert, mag de aanbestedende overheid deze niet eigenmachtig herinterpreteren als de datum van definitieve oplevering. Wie dat wel doet, schendt het beginsel patere legem quam ipse fecisti. Ten tweede: een summier prijsonderzoek dat enkel vermeldt dat de prijzen correct lijken, volstaat niet wanneer de totaalprijs meer dan 37 procent onder de raming ligt. In dat geval moet de aanbestedende overheid de argwaan die een dergelijk prijsverschil redelijkerwijze wekt, wegnemen door hetzij een nader onderzoek van de offerte hetzij een doorgedreven inhoudelijke motivering. Een vergelijking met standaardprijzen die niet overeenkomen met de specifieke materiaalvereisten van het bestek is daarbij niet dienstig, en een na de bestreden beslissing opgesteld verslag vormt een ontoelaatbare post factum motivering.
De les
Respecteer de referentieperiode zoals het bestek die definieert — als het bestek de begin- en einddatum van de werken vraagt, is dat de maatstaf en niet de datum van definitieve oplevering. Onderbouw het prijsonderzoek met relevante vergelijkingsgegevens: een vergelijking met standaardprijzen voor een andere houtsoort dan het bestek vereist, overtuigt niet. Een prijsverschil van meer dan 37 procent met de raming vereist meer dan een summiere vaststelling dat de prijzen correct lijken.
Stel jezelf de vraag
Als aanbestedende overheid: heb ik de referentieperiode beoordeeld op basis van de criteria die mijn bestek definieert, of heb ik een eigen interpretatie toegepast die niet uit de opdrachtdocumenten blijkt? En heb ik bij grote prijsverschillen een onderbouwd prijsonderzoek gevoerd met vergelijkingsgegevens die daadwerkelijk relevant zijn voor de specifieke opdracht?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →