Verwerping Nederlandstalig college

Verwerping UDN: de wens om een concessie zelf uit te voeren volstaat niet als uiterst dringende noodzakelijkheid — concessieovereenkomst reeds gesloten en Raad van State onbevoegd om contract te schorsen

Arrest nr. 260424 · 11 juli 2024 · XIIe vakantiekamer

De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de gunning van de concessie voor de exploitatie van negen avondmarkten te Blankenberge aan J.M. wordt verworpen — de concessieovereenkomst is reeds gesloten en de Raad van State is niet bevoegd om een concessiecontract te schorsen (uitsluitende bevoegdheid gewone rechtbanken), het morele nadeel (reputatieverlies) kan worden goedgemaakt door een vernietigingsarrest, en de wens om de concessie zelf uit te voeren levert geen uiterst dringende noodzakelijkheid op.

Wat gebeurde er?

De stad Blankenberge schrijft een openbare aanbesteding uit voor de gunning van een concessie voor de exploitatie en organisatie van negen avondmarkten, geraamd op 40.000 euro exclusief btw. Drie offertes worden ingediend: J.M. scoort 137/160 punten, I.D. scoort 131/160 punten, en BV DC Businessevents scoort 105/160 punten. Op 31 mei 2024 gunt het college de concessie aan J.M. I.D. en DC Businessevents vorderen de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. De context is bijzonder: I.D. was de vorige concessiehouder en de stad heeft de eerste concessie reeds eerder op onwettige wijze aan J.M. gegund (procedure stopgezet na ongunstig auditoraatsverslag). De verzoekers stellen dat de stad voor de tweede keer flagrant onwettig handelt. De partijen betwisten niet dat artikel 15 van de rechtsbeschermingswet niet van toepassing is op deze vordering. De Raad van State stelt vast dat de concessieovereenkomst inmiddels onherroepelijk tot stand is gekomen. De schorsing van de gunningsbeslissing kan niet de schorsing meebrengen van de overeenkomst, aangezien dit tot de uitsluitende bevoegdheid van de gewone rechtbanken behoort. Het nadeel — het verlies van de mogelijkheid om de concessie zelf uit te voeren — kan niet worden geweerd door een schorsingsarrest. Aangezien de verwerende partij geen standstill-verbod in acht moest nemen (artikel 11 niet toepasselijk), doet een eventueel gebrek aan fair play niet ter zake. De overweging dat de doorlooptijd van een annulatie- of gewone schorsingsprocedure slechts toelaat een arrest te verkrijgen wanneer de concessie reeds deels is uitgevoerd, doet geen afbreuk aan de vaststelling dat de Raad van State het concessiecontract niet kan schorsen. Het morele nadeel (reputatieverlies bij marktkramers) kan in beginsel worden goedgemaakt door de morele genoegdoening van een vernietigingsarrest. Er zijn geen bijzondere omstandigheden aangetoond. De vordering wordt verworpen.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest illustreert de beperkingen van de UDN-procedure bij concessies waarop de rechtsbeschermingswet niet van toepassing is. Wanneer de concessieovereenkomst reeds is gesloten en er geen standstill-verplichting geldt, kan de Raad van State het contract niet schorsen — dat behoort tot de exclusieve bevoegdheid van de gewone rechtbanken. De wens om de concessie zelf uit te voeren is als zodanig onvoldoende om uiterst dringende noodzakelijkheid aan te tonen. Moreel nadeel (reputatieschade) wordt in principe goedgemaakt door een vernietigingsarrest, tenzij bijzondere omstandigheden worden aangetoond. Het arrest toont ook dat het herhaaldelijk voeren van (vermeend) onwettige gunningsprocedures op zich niet volstaat om uiterst dringende noodzakelijkheid te onderbouwen.

De les

Als inschrijver bij een concessie: controleer of de rechtsbeschermingswet van toepassing is op uw concessie. Zo niet, geldt er geen standstill-verplichting en kan het concessiecontract snel worden gesloten. In dat geval is een UDN-vordering bij de Raad van State weinig zinvol zodra het contract is gesloten — richt u dan eerder tot de gewone rechtbanken. Onderbouw uiterst dringende noodzakelijkheid met concrete en precieze feitelijke gegevens, niet met de loutere wens om het contract zelf uit te voeren. Als aanbestedende overheid: als de rechtsbeschermingswet niet van toepassing is, bent u niet verplicht een wachttermijn in acht te nemen, maar handelen zonder enig fair play kan processuele risico's meebrengen in een eventuele annulatieprocedure.

Stel jezelf de vraag

Is de rechtsbeschermingswet van toepassing op mijn concessie? Zo niet, geldt er een standstill-verplichting? Is het concessiecontract al gesloten? Kan ik concrete en precieze feitelijke gegevens aanbrengen die uiterst dringende noodzakelijkheid aantonen, los van mijn wens om de concessie zelf uit te voeren?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →