Schorsing Nederlandstalig college

Schorsing gunning renovatie brandweerkazerne wegens onzorgvuldig prijsonderzoek — gemeente onderzocht prijsverantwoording niet in haar geheel en verwierp offerte op feitelijk onjuiste gronden

Arrest nr. 261972 · 13 januari 2025 · XIVe kamer

De Raad van State schorst bij uiterst dringende noodzakelijkheid de gunning van de werken voor de renovatie en uitbreiding van de brandweerkazerne en het gemeentemagazijn van Sint-Gillis-Waas, omdat de gemeente de door de verzoekende partij verstrekte prijsverantwoording niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft onderzocht en haar offerte op feitelijk en juridisch onvoldoende gemotiveerde gronden nietig heeft verklaard.

Wat gebeurde er?

De gemeente Sint-Gillis-Waas schrijft via openbare procedure werken uit voor de renovatie en uitbreiding van de brandweerkazerne en het gemeentemagazijn, geraamd op 2.497.990,77 euro, met de prijs als enig gunningscriterium. Vier inschrijvers dienen een offerte in. Op 4 juli 2024 wordt de opdracht gegund aan NV D. als laagste bieder (2.583.488,97 euro). Na kritiek van NV B. op het prijsonderzoek trekt de gemeente deze gunning op 5 september 2024 in. Op 2 oktober 2024 vraagt de gemeente alle inschrijvers om negen als abnormaal aangemerkte eenheidsprijzen te verantwoorden, alsook om verantwoordingen te verstrekken inzake de naleving van de verplichtingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet van 17 juni 2016 (milieu-, sociaal en arbeidsrecht, welzijn, lonen en sociale zekerheid). NV D. bezorgt haar prijsverantwoording op 14 oktober 2024. Het verslag van nazicht van 7 november 2024 concludeert dat de offerte van NV D. nietig moet worden verklaard om twee redenen: (1) zij zou enkel hebben bevestigd dat zij aan de artikel 7-verplichtingen voldoet, zonder afdoende verantwoording, en (2) de prijsverantwoording voor twee eenheidsprijzen beperkt zich tot het vermelden van subprijzen en verwijzingen naar onderaannemersprijzen. Op 28 november 2024 gunt de gemeente de opdracht aan NV B. voor 2.811.645,85 euro. NV D. vordert schorsing bij UDN. De Raad van State oordeelt dat het tweede middel ernstig is: de motivering mist feitelijke en juridische grondslag. Ten eerste blijkt uit de prijsverantwoording dat NV D. wel degelijk inzicht heeft geboden in uurtarieven, manuren en stortkosten — elementen die relevant zijn voor de artikel 7-verantwoording. Het laagste uurloon van NV D. lag zelfs hoger dan dat van NV B. Ten tweede heeft de gemeente voor post 04.01.02.2 (sloopwerken) niet onderzocht dat NV D. ook een prijsvermindering van 22.000 euro voor recuperatiemateriaal heeft opgegeven. Voor post 20.04.03.3 (dragende binnenmuur) heeft de gemeente niet onderzocht dat bepaalde kosten in andere posten waren opgenomen. De prijsverantwoording is niet in haar geheel onderzocht. De schorsing wordt bevolen.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest preciseert de zorgvuldigheidsplicht bij het onderzoek van prijsverantwoordingen op drie punten. Ten eerste: de vaststelling dat een inschrijver de artikel 7-verplichtingen niet afdoende zou hebben verantwoord, moet feitelijk kloppen — wanneer de prijsverantwoording wél relevante elementen bevat (uurlonen, stortkosten, preventieplan), kan de aanbestedende overheid niet volstaan met de bewering dat enkel een algemene bevestiging werd gegeven. Ten tweede: de aanbestedende overheid moet de prijsverantwoording in haar geheel onderzoeken en bespreken, niet selectief verwerpen — elementen zoals de recuperatie van materialen of de verwijzing naar opname van kosten in andere posten moeten worden onderzocht en beoordeeld. Ten derde: de gronden in artikel 36, §2, derde lid zijn niet limitatief — ook niet-cijfermatige elementen zoals een jarenlange samenwerking met onderaannemers verdienen onderzoek, ook al volstaat een loutere verwijzing naar onderaannemersprijzen op zich niet.

De les

Als aanbestedende overheid: onderzoek een prijsverantwoording in haar geheel. Ga in op elk relevant element dat de inschrijver aanbrengt — ook inzake recuperatiemateriaal, kostenverwijzingen naar andere posten, en niet-cijfermatige verantwoordingen. Controleer of uw motivering feitelijk klopt alvorens een offerte nietig te verklaren. Maak geen toepassing van artikel 36, §3, tweede lid (abnormaal lage totaalprijs wegens niet-naleving artikel 7) wanneer u geen abnormaal lage totaalprijs heeft vastgesteld. Als inschrijver: lever een zo gedetailleerd mogelijke prijsverantwoording — vermeld niet alleen subprijzen, maar ook uurlonen, manuren, stortkosten, recuperatiemogelijkheden en specifieke omstandigheden. Verwijs niet louter naar onderaannemersprijzen zonder verdere informatie over de samenstelling van die prijzen.

Stel jezelf de vraag

Als aanbestedende overheid: heb je de prijsverantwoording in haar geheel onderzocht en besproken? Heb je elk relevant element beoordeeld, ook niet-cijfermatige verantwoordingen? Klopt je motivering feitelijk — heeft de inschrijver werkelijk enkel een algemene bevestiging gegeven, of bevat de prijsverantwoording wél relevante elementen? Als inschrijver: bevat je prijsverantwoording naast subprijzen ook de verantwoording van die subprijzen? Heb je inzicht geboden in uurlonen, manuren en specifieke omstandigheden? Heb je de artikel 7-verplichtingen niet louter bevestigd maar ook onderbouwd met concrete elementen?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →