Vordering tot schorsing verworpen als niet-ontvankelijk na intrekking gunning lot 1 raamovereenkomst LED-verlichting door ORES Assets: retroactieve intrekking heft nadeel op – verzoekster beschouwd als in het gelijk gestelde partij voor de kosten
De Raad van State verwierp de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van SIGNIFY BELGIUM SA tegen ORES ASSETS SC als niet-ontvankelijk, nadat ORES Assets op 1 oktober 2025 de gunningsbeslissing van 5 september 2025 voor lot 1 ('catalogue') van de raamovereenkomst voor LED-verlichtingsarmaturen voor openbare verlichting retroactief had ingetrokken, waardoor SIGNIFY niet langer was benadeeld in de zin van artikel 14 van de wet van 17 juni 2013 — maar SIGNIFY werd beschouwd als de in het gelijk gestelde partij en ORES Assets werd in de kosten verwezen.
Wat gebeurde er?
SIGNIFY BELGIUM SA diende op 25 september 2025 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in tegen de beslissing van de raad van bestuur van ORES Assets SC van 5 september 2025. Deze beslissing betrof de gunning van lot 1 ('catalogue') van de raamovereenkomst voor de levering van LED-verlichtingsarmaturen voor openbare verlichting en LED-projectoren voor openbare verlichting aan Lena Lighting SA, Lightwell BV en Schréder BE SA. Bij beschikking van 29 september 2025 werd de procedurekalender vastgesteld en de terechtzitting bepaald op 14 oktober 2025. Op 3 oktober 2025 stelde ORES Assets de Raad van State in kennis dat de aangevochten beslissing was ingetrokken bij beslissing van 1 oktober 2025. De terechtzitting werd verplaatst naar 15 oktober 2025. Ter terechtzitting werd zowel de verzoekende als de verwerende partij gevraagd of zij opmerkingen hadden over de gevolgen van de intrekking voor de ontvankelijkheid van de vordering in het licht van de artikelen 14 en 15 van de wet van 17 juni 2013. Beide partijen verklaarden zich te verlaten op de wijsheid van de Raad van State. De Raad van State analyseerde de ontvankelijkheidsvoorwaarden. Artikel 14 van de wet van 17 juni 2013 vereist dat de verzoeker benadeeld is of dreigt te worden benadeeld door de aangevoerde schending. De aangevochten beslissing was ingetrokken door ORES Assets op 1 oktober 2025. Deze intrekking werkte met terugwerkende kracht tot de datum van de aangevochten beslissing. Hieruit volgde dat — zelfs indien de door SIGNIFY aangevoerde schendingen bewezen zouden zijn — deze SIGNIFY niet hadden benadeeld en evenmin dreigden te benadelen. Aangezien één van de twee ontvankelijkheidsvoorwaarden van artikel 14 niet was vervuld, werd de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De vertrouwelijkheid van stuk A van het dossier van SIGNIFY (de offerte) werd in dit stadium van de procedure gehandhaafd. SIGNIFY werd beschouwd als de partij die in het gelijk was gesteld, gelet op de intrekking van de aangevochten handeling. ORES Assets werd verwezen in de kosten: rolrecht van 200 euro, bijdrage van 26 euro en rechtsplegingsvergoeding van 770 euro ten gunste van SIGNIFY.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest bevestigt — op dezelfde datum en door dezelfde rechter als arrest nr. 264.616 — de vaste rechtspraak van de Raad van State over de gevolgen van de intrekking van een gunningsbeslissing voor de ontvankelijkheid van een hangende UDN-vordering. De retroactieve intrekking heft het nadeel op dat de verzoeker heeft geleden of dreigt te lijden, waardoor de ontvankelijkheidsvoorwaarde van artikel 14 van de wet van 17 juni 2013 niet langer is vervuld. Tegelijkertijd wordt de verzoeker als de in het gelijk gestelde partij beschouwd en draagt de verwerende partij de kosten. De twee arresten samen illustreren dat dit mechanisme consistent wordt toegepast, ongeacht de aard van de opdracht of de identiteit van de aanbestedende overheid.
De les
Als aanbestedende overheid: de intrekking van een gunningsbeslissing na een UDN-vordering maakt de vordering niet-ontvankelijk, maar je draagt de kosten. Dit is vaak te verkiezen boven het risico van een schorsingsarrest. Trek tijdig in wanneer je een onwettigheid erkent. Als inschrijver: het instellen van een UDN-vordering kan de aanbestedende overheid ertoe aanzetten de beslissing in te trekken, waarmee je de facto je doel bereikt. Je wordt als de in het gelijk gestelde partij beschouwd en krijgt de kosten terug, ook al wordt je vordering formeel verworpen.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: is de bestreden gunningsbeslissing na je vordering ingetrokken? Zo ja, je vordering wordt wellicht niet-ontvankelijk verklaard, maar je krijgt de kosten terug. Controleer of de intrekking retroactief werkt en of er geen nieuwe gunningsbeslissing is genomen die zelf aanvechtbaar is. Als aanbestedende overheid: bij een hangende UDN-vordering, overweeg of intrekking met aanvaarding van de kosten niet te verkiezen valt boven het risico van een schorsingsarrest.
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →