Vordering tot schorsing verworpen: alle drie middelen tegen gunning raamovereenkomst verslepen voertuigen Antwerpen niet ernstig – prijsonderzoek afdoende, digitale workflow geen minimumeis, beoordeling gunningscriteria binnen beoordelingsruimte
De Raad van State verwierp de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de Maatschap D.A-M tegen de Stad Antwerpen inzake de gunning van de raamovereenkomst voor het verslepen en stallen van voertuigen op basis van overtredingen aan de NV D., nadat alle drie middelen niet ernstig werden bevonden: het prijsonderzoek voor post 13 (inningsprijs van 0,10 euro versus 0,85 euro) was afdoende gelet op de aard van de dienstverlening en het kostenvoordeel van de zittende dienstverlener, de 'verwachting' van een volledig digitaal systeem in het bestek was geen minimumvereiste waarvan afwijking tot substantiële onregelmatigheid leidt, en de beoordeling van de gunningscriteria 'dienstverlening' en 'duurzaamheid' viel binnen de beoordelingsruimte van de aanbestedende overheid.
Wat gebeurde er?
De Stad Antwerpen, optredend als aankoopcentrale-tussenpersoon voor de aankoopgroep, schreef via een mededingingsprocedure met onderhandeling een raamovereenkomst uit voor het verslepen van voertuigen — takelen en stallen van voertuigen op basis van overtredingen, administratieve takelingen, achtergelaten voertuigen en bestuurlijk beslag. De selectieleidraad vereiste dat kandidaten beschikten over een stallingsterrein in de Stad Antwerpen met ruimte voor minstens 400 voertuigen en operationele locaties met aanrijtijden van maximaal 30 minuten. Twee kandidaten werden geselecteerd: de Maatschap D.A-M (gevormd door BV A. en NV D.C.) en de NV D. (de zittende dienstverlener). Na drie onderhandelingsrondes met aangepaste offertes (BAFO's) beoordeelde de verwerende partij de offertes op vijf gunningscriteria: prijs (45 punten), prijs inning (5 punten), dienstverlening (50 punten), duurzaamheid (10 punten) en digitale ondersteuning (10 punten). De NV D. behaalde 107 punten tegen 102,54 voor de Maatschap D.A-M. Op 12 september 2025 gunde het college van burgemeester en schepenen de opdracht aan de NV D. De Maatschap D.A-M vorderde op 1 oktober 2025 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en voerde drie middelen aan. Het eerste middel betrof het prijsonderzoek voor post 13 ('Prijs inning met een maximumprijs van 10 euro per volledig geïnd dossier'). De gekozen inschrijver bood 0,10 euro aan (exclusief btw) tegenover 0,85 euro voor de verzoekende partijen — een verschil van 88,35%. De verzoekende partijen betoogden dat dit een schijnbaar abnormale prijs was die een bijzonder prijsonderzoek vereiste. De Raad van State verwierp dit. Er was wel degelijk een algemeen prijsonderzoek uitgevoerd overeenkomstig artikel 35 KB 18 april 2017. Beide prijzen lagen ver onder de maximumprijs van 10 euro. Bij slechts twee offertes biedt de ene offerte geen evident uitgangspunt om de andere als abnormaal te bestempelen. Post 13 betrof een hoofdzakelijk immaterieel aspect — de inning van gelden — dat zich bijzonder goed leent tot automatisering en digitalisering. De gekozen inschrijver was de zittende dienstverlener die reeds beschikte over de betaaltoestellen en digitale infrastructuur, waarvan de kosten al waren afgeschreven tijdens de vorige opdracht. De verwerende partij had redelijkerwijze kunnen besluiten dat de eenheidsprijs niet abnormaal leek. Het tweede middel betrof de beweerde substantiële onregelmatigheid van de offerte van de gekozen inschrijver wegens het ontbreken van een volledig digitaal systeem voor realtime-opvolging. Het bestek bevatte twee onderscheiden elementen: enerzijds de 'verwachting' dat een aanvraag tot takeling volledig digitaal kan verlopen, anderzijds de vereiste dat een digitale toepassing voor realtime-opvolging vanaf dag 1 operationeel diende te zijn (toegevoegd bij erratum). De Raad van State oordeelde dat een 'verwachting dat iets kan' nog geen vereiste is dat iets zo moet zijn — het betrof geen pass/fail-vereiste maar een element dat via de gunningscriteria kon worden beoordeeld. De offerte van de gekozen inschrijver voorzag in een digitale workflow met één uniek takelbonnummer, waarbij bepaalde handelingen (zoals het ingeven van voertuiginformatie) manueel gebeurden via een tablet. Dit was geheel eigen aan de uitvoering van een takelopdracht: voertuiginformatie uit de fysieke wereld moet worden geconverteerd naar de digitale wereld, of dat nu manueel gebeurt of met automatische nummerplaatherkenning. Het standpunt van de verzoekende partijen dat elke manuele tussenkomst absoluut verboden zou zijn, was niet in overeenstemming met wat het bestek beoogde. Het derde middel betrof de beoordeling van de gunningscriteria 'Dienstverlening' (subcriterium 'plan van aanpak administratieve afhandeling': 22 punten gekozen inschrijver versus 19 punten verzoekende partijen) en 'Duurzaamheid' (9/10 versus 5/10). De Raad van State verwierp dit: de verzoekende partijen citeerden selectief uit de motivering en gingen voorbij aan de globale beoordeling. De motieven in het gunningsverslag stemden overeen met de inhoud van de vertrouwelijke offertes. De toekenning viel binnen de beoordelingsvrijheid van de aanbestedende overheid. De vordering werd verworpen. De verzoekende partijen werden in de kosten verwezen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest is bijzonder leerrijk op meerdere vlakken. Ten eerste bevestigt het dat bij slechts twee offertes de ene offerte geen evident uitgangspunt biedt om de andere als behept met een abnormale prijs te bestempelen — de aanbestedende overheid beschikt over beoordelingsruimte. Ten tweede maakt het een scherp onderscheid tussen een 'verwachting' in het bestek en een 'minimumvereiste': de formulering 'de aanbestedende overheid verwacht dat iets kan' is geen pass/fail-criterium maar een element dat via gunningscriteria kan worden gewogen. Ten derde aanvaardt de Raad van State dat manuele invoer van gegevens (zoals voertuiginformatie via een tablet) niet in strijd is met een vereiste van digitale workflow — informatie uit de fysieke wereld moet nu eenmaal worden geconverteerd naar de digitale wereld. Ten vierde bevestigt het dat een zittende dienstverlener die reeds over de vereiste infrastructuur beschikt, hierdoor een aanzienlijk kostenvoordeel kan hebben dat een lagere prijs rechtvaardigt. Ten vijfde herhaalt het dat de Raad van State zijn eigen beoordeling niet in de plaats mag stellen van die van de aanbestedende overheid: enkel een beoordeling die reeds op het eerste gezicht als onwettig, onzorgvuldig of onredelijk dient te worden beschouwd, kan tot schorsing leiden.
De les
Als inschrijver: een groot procentueel prijsverschil op één post (zelfs 88%) leidt niet automatisch tot de vaststelling van een schijnbaar abnormale prijs — bekijk de absolute bedragen en de context. Een zittende dienstverlener die reeds de benodigde infrastructuur heeft, kan een verantwoord lage prijs bieden. Vecht een beoordeling niet selectief aan door alleen de voor jou nadelige passages te citeren — de Raad van State beoordeelt de motivering in haar geheel. Als aanbestedende overheid: formuleer besteksbepalingen zorgvuldig — het verschil tussen 'verwachten' en 'vereisen' heeft juridische gevolgen. Een 'verwachting' dat iets digitaal kan verlopen is geen minimumeis. Zorg dat het prijsonderzoek uit het administratief dossier blijkt, ook al hoeft het niet in extenso in het gunningsverslag te staan.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: is je middel over abnormale prijzen gebaseerd op het procentuele verschil alleen, of heb je ook de absolute bedragen en de context bekeken? Citeer je selectief uit de motivering of bekijk je het geheel? Als aanbestedende overheid: is het onderscheid tussen 'verwachtingen' en 'minimumvereisten' duidelijk in het bestek? Blijkt het prijsonderzoek voldoende uit het administratief dossier? Heb je rekening gehouden met het kostenvoordeel van een zittende dienstverlener?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →