Vernietiging gunningsbeslissing kinderopvang Neeroeteren: interne tegenstrijdigheid in motivering — eigen beheer als pluspunt voor gekozen inschrijver ondanks aangekondigde schrapping — ongelijke behandeling inschrijvers
De Raad van State vernietigde de gunningsbeslissing van de Stad Maaseik voor de bouw van een kinderopvang in Neeroeteren, omdat het verslag van nazicht intern tegenstrijdig was — het kondigde aan dat plus- en minpunten op basis van werken in eigen beheer werden geschrapt, maar nam dit element alsnog als pluspunt mee bij de beoordeling van de planning van de gekozen inschrijver — en omdat de inschrijvers ongelijk werden behandeld, nu de verzoekende partij met het grootste aandeel werken in eigen beheer dit voordeel niet kreeg toegekend.
Wat gebeurde er?
De Stad Maaseik schreef via een openbare procedure een overheidsopdracht voor werken uit voor de bouw van een kinderopvang in het Gemeenschapscentrum Neeroeteren (Fase 1), met beperkte renovatie (bestek P23.0302). De gunningscriteria waren prijs (80 punten) en plan van aanpak (20 punten). Het plan van aanpak werd beoordeeld aan de hand van onder meer het bouwteam, communicatie, indicatieve planning, kwaliteitsborging en oplevering. Er werden vijf offertes ingediend. Na prijsverantwoording bleven drie regelmatige offertes over. In een eerste verslag van nazicht van 31 januari 2024 behaalde BV E.B. 94 punten (80 voor prijs, 14 voor plan van aanpak) en NV D. 93,86 punten (75,86 voor prijs, 18 voor plan van aanpak). Bij de beoordeling van het plan van aanpak werd de grotere hoeveelheid werken in eigen beheer bij NV D. (pleisterwerken, plafonds) als pluspunt aangemerkt en het mindere aandeel eigen beheer bij BV E.B. als minpunt. Op 5 februari 2024 werd de opdracht gegund aan BV E.B. NV D. wees op wettigheidsbezwaren, waarop de Stad Maaseik de gunningsbeslissing introk op 19 februari 2024. Na kritiek van BV E.B. op de beoordeling van het plan van aanpak, stelde de Stad Maaseik op 28 maart 2024 een nieuw verslag van nazicht op. Daarin werd in een voetnoot aangekondigd dat plus- en minpunten op basis van hoeveelheden werken in eigen beheer of onderaanneming werden geschrapt, omdat een beroep op onderaannemers niet uitgesloten mag worden en geen invloed mag hebben op de quotering. In het nieuwe verslag behaalde BV E.B. 96 punten (80 voor prijs, 16 voor plan van aanpak) en NV D. 94,47 punten (76,47 voor prijs, 18 voor plan van aanpak). NV D. behield haar 18/20 voor plan van aanpak, maar BV E.B. steeg van 14 naar 16 punten. Bij de beoordeling van de planning van BV E.B. stond evenwel de volgende zinsnede: 'De grote posten in eigen beheer en de productie van binnenschrijnwerk in een eigen atelier geeft vertrouwen een strakke werfplanning aan te houden.' Dit was intern tegenstrijdig met de aangekondigde schrapping van het element eigen beheer. Op 2 april 2024 gunde het college van burgemeester en schepenen de opdracht aan BV E.B. NV D. stelde op 3 juni 2024 een annulatieberoep in. De Raad van State onderzocht het tweede onderdeel van het eerste middel, waarin NV D. de interne tegenstrijdigheid en de ongelijke behandeling aanvoerde. De Stad Maaseik verweerde zich door te stellen dat de bewuste zinsnede een overtollig motief was en dat de planning slechts indicatief diende te zijn. De Raad oordeelde dat de motivering intern tegenstrijdig was: enerzijds werden plus- en minpunten op basis van eigen beheer geschrapt, maar anderzijds werd dit element alsnog uitdrukkelijk betrokken bij de beoordeling van de planning van de gekozen inschrijver. Uit de bewoordingen van het verslag bleek dat de hoeveelheid werken in eigen beheer wél als pluspunt was meegenomen — het ging niet om een overtollig motief, nu uit de positieve waardering bleek dat dit element (mede) voor een hogere score zorgde. Bovendien was het gelijkheidsbeginsel geschonden: de aanbestedende overheid nam het element eigen beheer als pluspunt in aanmerking voor de gekozen inschrijver maar niet voor de overige inschrijvers, terwijl het grootste aandeel werken in eigen beheer juist bij NV D. lag. De gunningsbeslissing werd vernietigd. De Stad Maaseik werd verwezen in de kosten.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest is een schoolvoorbeeld van hoe een interne tegenstrijdigheid in de motivering tot vernietiging kan leiden. Het verduidelijkt dat wanneer een aanbestedende overheid expliciet aankondigt dat een bepaald element niet langer als plus- of minpunt zal worden meegenomen, zij dit consequent moet toepassen voor alle inschrijvers — het beginsel patere legem quam ipse fecisti geldt niet alleen voor de regels in het bestek, maar ook voor de beoordelingsregels die de overheid zichzelf in het verslag van nazicht oplegt. Het arrest bevestigt ook dat een motief niet als 'overtollig' kan worden afgedaan wanneer uit de bewoordingen blijkt dat het element daadwerkelijk heeft bijgedragen aan een positieve waardering en dus aan de score. Ten slotte illustreert het de grenzen van de beoordelingsruimte: de aanbestedende overheid beschikt over een ruime beoordelingsmarge bij de toetsing aan gunningscriteria, maar deze wordt begrensd door de motiveringsplicht en het gelijkheidsbeginsel.
De les
Als aanbestedende overheid: wanneer je aankondigt dat een bepaald beoordelingselement wordt geschrapt, pas dit dan consequent toe voor alle inschrijvers. Gebruik dat element niet alsnog — ook niet indirect via een ander beoordelingselement zoals de planning — als pluspunt voor één inschrijver. Een dergelijke interne tegenstrijdigheid maakt de motivering onvoldoende draagkrachtig en kan tot vernietiging leiden. Als inschrijver: lees het verslag van nazicht aandachtig en vergelijk de aangekondigde beoordelingsmethodiek met de feitelijke beoordeling per inschrijver. Interne tegenstrijdigheden — waarbij een geschrapt element alsnog als pluspunt wordt meegenomen voor een concurrent maar niet voor jou — vormen een sterk vernietigingsmiddel.
Stel jezelf de vraag
Als aanbestedende overheid: heb je een beoordelingselement geschrapt of aangepast? Zo ja, controleer of dit element nergens meer opduikt in de individuele beoordelingen. Wordt dezelfde maatstaf gehanteerd voor alle inschrijvers? Als inschrijver: komt de aangekondigde beoordelingsmethodiek overeen met de feitelijke motivering per inschrijver? Wordt een geschrapt element alsnog — direct of indirect — als pluspunt meegenomen voor een concurrent?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →