Opheffing UDN-schorsing en verwerping annulatieberoep gunning perceel 3 (operations) gespecialiseerde ICT-diensten FOD Kanselarij na intrekking — tussenkomende partij verwezen in kosten tussenkomst
De Raad van State hief de bij arrest nr. 264.038 van 1 september 2025 bevolen UDN-schorsing op en verwierp het annulatieberoep van BV A. tegen de gunning van perceel 3 (operations) van de overheidsopdracht voor gespecialiseerde ICT-diensten van de FOD Kanselarij van de Eerste Minister als zonder voorwerp, nadat de verwerende partij de bestreden gunningsbeslissing op 29 september 2025 had ingetrokken, met veroordeling van de verwerende partij in de kosten en van de tussenkomende partij NV I. in de kosten van de tussenkomst.
Wat gebeurde er?
De FOD Kanselarij van de Eerste Minister gunde in het kader van een openbare procedure perceel 3 (operations) van de overheidsopdracht voor het verlenen van gespecialiseerde ICT-diensten aan de NV I. en niet aan BV A. Bij arrest nr. 264.038 van 1 september 2025 werd de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bevolen en werd het verzoek tot tussenkomst van de NV I. ingewilligd. Op 15 september 2025 stelde BV A. een beroep tot nietigverklaring in. Op 29 september 2025 trok de FOD Kanselarij de bestreden gunningsbeslissing in. De voorzitter van de XIVe kamer stelde bij beschikking van 19 november 2025 voor om de zaak zonder openbare terechtzitting te behandelen conform artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948. Geen van de partijen vroeg om een terechtzitting. Het debat werd gesloten en de zaak in beraad genomen op 17 december 2025. De Raad van State stelde vast dat het beroep zonder voorwerp was geworden. De bij arrest nr. 264.038 bevolen UDN-schorsing werd opgeheven. Het beroep werd verworpen. De verwerende partij werd verwezen in de kosten van de UDN-vordering en het annulatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 52 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro verschuldigd aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij werd verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest bevestigt opnieuw het patroon van intrekking na bevolen UDN-schorsing, dit keer in de context van een federale ICT-overheidsopdracht met tussenkomende partij. De tussenkomende partij — de oorspronkelijk gekozen inschrijver — wordt verwezen in de eigen kosten van de tussenkomst. Het illustreert dat ook de tussenkomende partij het financiële risico draagt wanneer de verwerende partij intrekt.
De les
Als aanbestedende overheid: na een bevolen UDN-schorsing leidt intrekking tot opheffing van de schorsing en verwerping van het annulatieberoep, maar je draagt de proceskosten. Als tussenkomende partij: overweeg of een tussenkomst zinvol is als er een risico van intrekking bestaat — bij intrekking draag je zelf de kosten van je tussenkomst. Als inschrijver: een bevolen schorsing gevolgd door intrekking geeft je een sterke positie voor een schadevergoeding tot herstel.
Stel jezelf de vraag
Als aanbestedende overheid: overweeg je intrekking na een bevolen schorsing? De tussenkomende partij draagt haar eigen kosten. Als tussenkomende partij: weeg het risico van intrekking af tegen de kosten van tussenkomst. Als inschrijver: bouw voort op de bevolen schorsing voor een schadeclaim.
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →