40 of 52 punten? Luxpro vecht de weging van een gunningscriterium aan, maar zou met haar eigen lezing een plaats zakken — de Raad van State verwerpt de hoogdringende schorsing
Luxpro vroeg bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de gunning aan Cuisimat van perceel 1 (keukenuitrusting) van de IFAPME-opdracht voor het opleidingscentrum te Belgrade, met het verwijt dat IFAPME het tweede gunningscriterium op 52 in plaats van 40 punten had beoordeeld; de Raad van State oordeelde dat de bestekdocumenten die verdeling op 52 punten al voorzagen, dat het cijfer ‘40’ een loutere verschrijving was, en dat Luxpro geen belang had bij haar grief — want haar eigen lezing zou haar van de tweede naar de derde plaats doen zakken — en verwierp de vordering.
Wat gebeurde er?
Op 12 december 2025 lanceerde het IFAPME — het Waals Instituut voor alternerende opleiding en zelfstandigen en kmo’s — een leveringsopdracht ‘Aankoop, levering en installatie van uitrusting voor de horeca-/voedingsberoepen (Métiers de bouche)’ voor zijn nieuwe centrum te Belgrade, via een open procedure met Europese bekendmaking. De opdracht was verdeeld in vijf percelen; Luxpro diende een offerte in voor perceel 1 (specifieke restauratie-uitrusting — keukenlokaal). Volgens het bestek werd perceel 1 gegund op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, met twee criteria: het totale offertebedrag op 60 punten, en de bijkomende waarborgtermijn (in maanden) op 40 punten, verdeeld over negen posten. De opgelegde waarborgtermijn bedroeg twee jaar (24 maanden vanaf de technische oplevering); wie een bijkomende termijn aanbood, kreeg punten per subcriterium. Bij beslissing van 9 maart 2026, aan Luxpro betekend op 10 maart 2026, gunde IFAPME perceel 1 aan de BVBA Cuisimat. Luxpro vorderde de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid; Cuisimat, als begunstigde, kwam tussen. In haar enige middel verweet Luxpro IFAPME, in een eerste onderdeel, de weging van het tweede gunningscriterium bij de offertebeoordeling te hebben ‘gewijzigd’ — niet meer op 40 maar op 52 punten — en, in een tweede onderdeel, dat dit criterium onnauwkeurig was en door de inschrijvers verschillend werd begrepen. De Raad van State verklaarde het middel eerst gedeeltelijk onontvankelijk: voor de artikelen 36, 83 en 84 van de wet van 17 juni 2016 omdat niet werd aangegeven hoe ze geschonden zouden zijn, en voor de wet van 17 juni 2013 omdat geen specifieke bepalingen werden geïdentificeerd. Ten gronde stelde hij vast dat de opdrachtdocumenten voor het tweede criterium van perceel 1 al een verdeling per post voorzagen die samen 52 punten opleverde, terwijl elders een maximum van 40 punten voor dat criterium en 60 voor de prijs werd vermeld. IFAPME erkende in haar nota dat zowel het bestek als de gemotiveerde gunningsbeslissing een verschrijving (‘erreur de plume’) bevatten waar ze ‘40 punten’ en een totaal van ‘100 punten’ aangaven. Voor alle andere percelen was het maximum van het tweede criterium (40 punten) telkens de som van de punten per post; in dezelfde logica was die som voor perceel 1 gelijk aan 52 punten, zodat het tweede criterium op 52 en het totaal op 112 punten moest worden beoordeeld. Er kon dus niet worden volgehouden dat IFAPME de weging had ‘gewijzigd’; prima facie berustte de grief volledig op een feitelijk onjuiste premisse. De gemotiveerde beslissing bleek bovendien afdoende gemotiveerd ondanks de verschrijving, die Luxpro niet had belet met kennis van zaken te beoordelen of ze een beroep zou instellen. De Raad voegde eraan toe dat, zelfs in Luxpro’s eigen lezing — de scores op 52 ‘herleiden’ naar 40 — de enige toelaatbare methode (een regel van drie) Luxpro nadelig zou treffen: haar offerte zou van de tweede naar de derde plaats zakken. Zij had dus geen belang bij de aangeklaagde ‘wijziging’, die haar net een plaats deed winnen, en ze gaf ook niet concreet aan hoe ze haar offerte anders zou hebben opgesteld — integendeel, in het tweede onderdeel betwistte ze net de door Cuisimat aangeboden bijkomende termijn van 36 maanden als minder realistisch dan haar eigen 12 à 13 maanden. Het eerste onderdeel was daarom niet ernstig. Wat het tweede onderdeel betreft, oordeelde de Raad dat het tweede criterium duidelijk in het bestek stond: het waardeerde de bijkomende waarborgtermijn (in maanden) bovenop de opgelegde 24 maanden, zoals bevestigd in de uitvoeringsclausules (‘2 jaar (24 maanden) + de bijkomende waarborgtermijn’) en in het offerteformulier. Alle inschrijvers hadden het criterium op dezelfde manier begrepen, en Cuisimats 36 maanden waren wel degelijk bijkomend (haar bestek vermeldde ‘garantie 24 + 36 mois’). Luxpro bracht geen concreet element aan dat een totale waarborg van 52 maanden onrealistisch zou zijn, terwijl Cuisimat die termijn onderbouwde met de waarborgen en betrouwbaarheid van haar leveranciers, haar productervaring, de sectorpraktijk en het omkaderde, minder intensieve gebruik van de toestellen in een opleidingscentrum. Ook het tweede onderdeel was niet ernstig. De Raad handhaafde de vertrouwelijkheid van de stukken A tot F van het administratief dossier en van Cuisimats offerte. Hij willigde de tussenkomst van Cuisimat in, verwierp de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en beval de onmiddellijke uitvoering van het arrest. Cuisimat draagt het tussenkomstrecht van 150 euro; Luxpro draagt de overige kosten — het rolrecht van 200 euro, de bijdrage van 26 euro en de aan IFAPME toegekende rechtsplegingsvergoeding van 770 euro. Het arrest werd uitgesproken op 28 april 2026 door de VIe kamer in kortgeding (Florence Piret, staatsraad, waarnemend voorzitter; Vincent Durieux, griffier).
Waarom doet dit ertoe?
Het arrest is leerrijk omdat het een veelgemaakte fout van inschrijvers blootlegt: een puntenverschil in het bestek aangrijpen zonder de eigen rangschikking door te rekenen. Drie lessen springen eruit. Ten eerste de leer van de verschrijving: een bestek dat ‘40 punten’ vermeldt terwijl de som van de deelpunten 52 bedraagt, bevat een kennelijke materiële vergissing die de inschrijver, gelet op de duidelijke verdeling per post, kon herkennen; zo’n verschrijving tast de geldigheid van de gunning niet aan zolang ze de inschrijver niet heeft belet zijn rechten in te schatten. Ten tweede de regel dat het maximum van een gunningscriterium de som is van de per post toegekende punten — een coherentietoets die de Raad hier systematisch over de percelen heen toepast. Ten derde, en het meest praktisch, het belangvereiste: wie een onregelmatigheid aanvecht, moet aantonen dat ze hem benadeelt. Luxpro’s eigen lezing zou, via de enige correcte herrekening (regel van drie), haar offerte een plaats doen zakken; ze had dus geen belang bij haar grief en kon ze de schorsing niet dragen. Het arrest herinnert er ten slotte aan dat een gunningscriterium dat een bijkomende waarborgtermijn bovenop de wettelijke 24 maanden waardeert, duidelijk is wanneer bestek, uitvoeringsclausules en offerteformulier consistent zijn, en dat de loutere bewering dat de termijn van een concurrent onrealistisch is, niet volstaat zonder concrete onderbouwing.
De les
Wilt u als inschrijver een puntenverdeling of de weging van een gunningscriterium aanvechten, reken dan eerst uw eigen rangschikking door in beide lezingen. De Raad van State eist een belang bij het middel: als de door u verdedigde lezing u zelf een plaats zou doen zakken, hebt u geen belang en faalt uw grief — precies wat Luxpro overkwam. Wijs ook op concrete schade: leg uit hoe u uw offerte anders zou hebben opgesteld als de weging u vooraf bekend was; een louter principieel verwijt volstaat niet. Een zichtbare materiële verschrijving in het bestek (hier ‘40’ in plaats van ‘52’) is bovendien geen vrijbrief tot vernietiging: als de juiste verdeling uit de per-postpunten blijkt, mag u die niet tegen beter weten in als een echte wijziging voorstellen. Bent u aanbesteder, dan luidt de les: zorg dat de som van uw per-postpunten klopt met het aangekondigde maximum van het criterium, en formuleer een bijkomende-waarborgcriterium consistent in bestek, uitvoeringsclausules én offerteformulier — een verschrijving overleeft enkel als de documenten samen geen twijfel laten over de werkelijke weging.
Te onthouden
- Een bestek dat ‘40 punten’ vermeldt terwijl de som van de deelpunten 52 bedraagt, bevat een materiële verschrijving (erreur de plume); de werkelijke weging blijkt uit de verdeling per post, zodat van een ‘wijziging’ van de weging geen sprake is.
- Het maximum van een gunningscriterium is de som van de per post toegekende punten — een coherentieregel die over alle percelen heen geldt.
- Wie een onregelmatigheid aanvecht, moet er belang bij hebben: Luxpro’s eigen lezing zou haar via een regel van drie van de tweede naar de derde plaats doen zakken, zodat haar grief faalde.
- Een gunningscriterium dat een bijkomende waarborgtermijn bovenop de wettelijke 24 maanden waardeert, is duidelijk wanneer bestek, uitvoeringsclausules en offerteformulier consistent zijn; Cuisimats ‘24 + 36 maanden’ telde als 36 bijkomende maanden.
- De vordering tot schorsing werd verworpen; Luxpro draagt rolrecht (200 euro), bijdrage (26 euro) en de rechtsplegingsvergoeding (770 euro) voor IFAPME, Cuisimat enkel haar tussenkomstrecht van 150 euro.
Waarop letten
- Het belangvereiste: een grief die, doorgerekend, het eigen klassement verslechtert, kan de schorsing niet dragen.
- Het onderscheid tussen een materiële verschrijving en een echte wijziging van de weging — de per-postverdeling is doorslaggevend.
- De noodzaak om de onrealistische aard van de termijn van een concurrent concreet te onderbouwen, niet louter te beweren.
- De consistente formulering van een bijkomende-waarborgcriterium doorheen alle opdrachtdocumenten.
Stel jezelf de vraag
Hebt u, vóór u een puntenweging aanvecht, uw eigen rangschikking doorgerekend in beide lezingen — en blijft u dan beter geklasseerd? Toont u concreet aan welke schade de aangevochten weging u berokkent, en hoe u uw offerte anders zou hebben opgesteld als ze u vooraf bekend was? Beseft u dat een zichtbare verschrijving in het bestek, waarvan de juiste betekenis uit de verdeling per post blijkt, de gunning niet ongeldig maakt zolang u uw rechten kon inschatten? Als aanbesteder: klopt de som van uw per-postpunten met het aangekondigde maximum van elk criterium, en is uw bijkomende-waarborgcriterium consistent in bestek, uitvoeringsclausules en offerteformulier?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →