zonder_voorwerp Franstalig college

Moeskroen trekt de gegunde elektriciteitsopdracht van de crècherenovatie in: het hoogdringende beroep valt zonder voorwerp, maar de stad draagt de rekening

Arrest nr. 266533 · 28 april 2026 · VIe kamer (kortgeding)

Nadat de afgewezen inschrijver D.E.I. bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing had gevraagd van de beslissing om perceel 3 (Elektriciteit) van de energetische renovatie en uitbreiding van de kribbe ‘l’Ile aux enfants’ aan THERSA te gunnen, trok de stad Moeskroen die beslissing zelf in en betekende ze de intrekking aan alle inschrijvers; daardoor verloor het beroep zijn voorwerp en moest de stad, als verkapt in het ongelijk gestelde partij, de rechtsplegingsvergoeding van 770 euro en de kosten dragen.

Wat gebeurde er?

In zitting van 22 december 2025 besliste het college van burgemeester en schepenen van Moeskroen om de offerte van de BVBA D.E.I. niet te weerhouden en perceel 3 (Elektriciteit) van de overheidsopdracht ‘Energetische renovatie en uitbreiding van de kinderkribbe l’Ile aux enfants (PIV 10)’ te gunnen aan de NV THERSA. D.E.I. diende op 23 januari 2026 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. Bij beschikking van 23 januari 2026 werd de procedurekalender bepaald en de zaak vastgesteld op de zitting van 10 februari 2026. Nog vóór die zitting, bij beraadslaging van 2 februari 2026, trok de stad de bestreden beslissing in. Zij betekende die intrekking aan alle betrokken inschrijvers bij e-mail en aangetekende brief van 4 februari 2026, met vermelding van de beroepsmogelijkheden en van de na te leven vormen en termijnen. Bij e-mails van 5 februari 2026 werd de zaak sine die uitgesteld; een beschikking van 14 april 2026 stelde ze opnieuw vast op 27 april 2026. Aangezien geen enkele inschrijver binnen de voorgeschreven termijn de vernietiging van de intrekkingsbeslissing vorderde, kon de intrekking als definitief worden beschouwd, zodat het beroep zijn voorwerp had verloren. D.E.I. vroeg een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro. De Raad van State oordeelde dat de stad, door de intrekking van de bestreden akte, in dit geschil als de in het ongelijk gestelde partij moet worden beschouwd en de verzoekende partij als de in het gelijk gestelde, in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Hij willigde de vordering tot vergoeding in — waartegen de stad zich overigens niet verzette — en besliste dat er geen uitspraak meer hoefde te worden gedaan. De stad draagt de kosten: het rolrecht van 200 euro, de bijdrage van 26 euro en de aan D.E.I. toegekende rechtsplegingsvergoeding van 770 euro. Het arrest werd uitgesproken op 28 april 2026 door de VIe kamer in kortgeding (Aurélien Vandeburie, staatsraad, waarnemend voorzitter; Vincent Durieux, griffier).

Waarom doet dit ertoe?

Het arrest toont dat het bekende ‘intrekkingsscenario’ ook speelt wanneer de aanbesteder zijn beslissing terugneemt nog vóór de Raad van State zich over de schorsing heeft gebogen. D.E.I. had nog geen schorsingsarrest op zak; tóch volstond de intrekking om het beroep zonder voorwerp te maken. Beslissend is niet of er al een schorsing was uitgesproken, maar dat de bestreden akte verdwijnt: de Raad behandelt die intrekking als een verkapte vernietiging, zodat de aanbesteder de in het ongelijk gestelde partij wordt. Voor de inschrijver betekent dat twee dingen. Praktisch is de betwiste gunning van de baan en moet de opdracht — of het perceel — worden overgedaan. Financieel recupereert hij zijn rechtsplegingsvergoeding en kosten, ook al komt er geen inhoudelijk oordeel over zijn grieven. De voorwaarde die de Raad telkens controleert, keert ook hier terug: de intrekking wordt pas definitief wanneer ze aan álle inschrijvers is betekend met vermelding van de beroepsmogelijkheden, -vormen en -termijnen, en niemand ze tijdig aanvecht. Voor aanbesteders is de boodschap nuchter: een aanvechtbare gunning intrekken is een legitieme manier om een procedure recht te zetten, maar het is geen kosteloze uitweg.

De les

Dient u als afgewezen inschrijver een hoogdringend schorsingsberoep in en trekt de aanbesteder daarop zijn gunningsbeslissing in, beschouw het vervolg dan niet als een verloren zaak — ook niet als er nog geen schorsingsarrest was. Vraag uw rechtsplegingsvergoeding (hier 770 euro) en uw kosten: de Raad ziet de intrekking als een verkapte vernietiging in uw voordeel en de aanbesteder als de verliezende partij. Ga wel na of de intrekking aan alle inschrijvers is betekend met de beroepsmogelijkheden, -vormen en -termijnen, want dat maakt haar definitief en doet uw beroep pas echt zonder voorwerp vallen. Bent u aanbesteder, dan luidt de les: een betwiste gunning intrekken om de opdracht over te doen is verstandig wanneer ze kwetsbaar is, maar u draagt daarvan de kosten en de rechtsplegingsvergoeding, ook zonder inhoudelijk oordeel.

Te onthouden

  • Trekt de aanbesteder de bestreden gunningsbeslissing in — ook vóór enige schorsing — dan verliest het beroep zijn voorwerp en doet de Raad van State geen uitspraak ten gronde.
  • De intrekking is pas definitief wanneer ze aan álle inschrijvers is betekend met de beroepsmogelijkheden, -vormen en -termijnen, en niemand ze binnen de termijn aanvecht.
  • De intrekking geldt als een verkapte vernietiging (succédané d’une annulation contentieuse): de stad is de in het ongelijk gestelde partij in de zin van artikel 30/1.
  • De stad draagt het rolrecht van 200 euro, de bijdrage van 26 euro en de rechtsplegingsvergoeding van 770 euro; dat de stad zich niet tegen die vergoeding verzette, maakte de toekenning eenvoudig.

Waarop letten

  • Het tijdstip van de intrekking doet niet ter zake voor de kostenregeling: ook een intrekking vóór de zitting maakt de aanbesteder tot verliezende partij.
  • De correcte en tijdige betekening van de intrekking aan alle inschrijvers — dat bepaalt wanneer ze definitief wordt.
  • Het onderscheid tussen het praktische resultaat (de opdracht moet worden overgedaan) en het ontbreken van een inhoudelijk arrest over de aangevoerde grieven.
  • Anders dan in dossiers met een tussenkomende begunstigde, kwam THERSA hier niet formeel tussen; er werd dus geen afzonderlijk tussenkomstrecht gelegd.

Stel jezelf de vraag

Beseft u dat een door de overheid ingetrokken gunning uw beroep zonder voorwerp maakt, maar dat u als de in het gelijk gestelde partij uw rechtsplegingsvergoeding en kosten kunt recupereren — ook als er nog geen schorsing was uitgesproken? Hebt u gecontroleerd of de intrekking aan álle inschrijvers is betekend met vermelding van de beroepsmogelijkheden, -vormen en -termijnen, zodat ze definitief is? Weet u dat het feit dat de aanbesteder zich niet tegen uw vergoedingsvordering verzet, de toekenning ervan vergemakkelijkt, maar dat de grondslag de succombance van artikel 30/1 blijft? Als aanbesteder: weegt u, vóór u een kwetsbare gunning intrekt, mee dat u daardoor de rolrechten, de bijdrage en de rechtsplegingsvergoeding draagt?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →