Een vergeten cijfer is geen gratis tweede kans: SPI mocht de asbestprijs van Batrageci niet als ‘materiële vergissing’ optrekken
De Raad van State schorst bij uiterst dringende noodzakelijkheid de gunning door de intercommunale SPI van een oeverherstelproject in Theux aan Batrageci, omdat SPI een te lage eenheidsprijs voor de afvoer van asbesthoudend sloopafval achteraf als materiële vergissing liet verbeteren — een correctie die Batrageci 590 euro onder de verzoeksters hield — zonder enig overtuigend bewijs van wat de inschrijver oorspronkelijk werkelijk wou aanbieden.
Wat gebeurde er?
Op 24 april 2026 besliste de Luikse intercommunale SPI om via een openbare procedure werken uit te besteden voor de ‘reconstruction résiliente des berges du bassin de la Vesdre – Theux centre sportif’: het terugplaatsen van de oevermuur op de rechteroever van de Vesder ter hoogte van het sportcentrum in Theux. De prijs was het enige gunningscriterium (bestek nr. 2026-2499). Er kwamen vier offertes binnen. Bij het prijsonderzoek ondervroeg SPI op 12 juni 2026 onder meer Batrageci over post 10 (D9361), de ‘évacuation en filière adaptée des déchets de démolition du déversoir d’orages, y compris la conduite, contenant de l’amiante’ — de afvoer van asbesthoudend sloopafval van een overstort. Batrageci antwoordde op 23 juni dat ze zich bij het invullen van haar eenheidsprijs had vergist: ‘*55 en fin de prix unitaire au lieu de *5’. Ze detailleerde haar prijs en bezorgde later ook de prijsopgave van haar onderaannemer voor stortkosten, verpakking, laden en transport. Volgens de verzoeksters ging de prijs zo vermoedelijk van 15 naar 155 euro per ton. SPI aanvaardde de correctie, sloot de offerte van Chêne uit en gunde op 30 juli 2026 de opdracht aan Batrageci voor 937.970,84 euro excl. btw. Het verschil met de offerte van de BV Tegec, de NV Trageco en de NV Roger Gehlen bedroeg na de correctie amper 590 euro. Zij vorderden op 14 augustus 2026 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Hun vordering tegen de impliciete beslissing om de opdracht niet aan hen te gunnen, was onontvankelijk: ze toonden niet aan dat SPI geen andere keuze had dan hen aan te wijzen. Ten gronde stelde kamervoorzitter David De Roy eerst het kader: een materiële vergissing is een fout die kennelijk leidt tot een resultaat dat de inschrijver niet beoogde, en de aanbesteder moet de werkelijke bedoeling van de inschrijver zoeken door de offerte in haar geheel te analyseren en te vergelijken met de andere offertes en de gangbare prijzen. Daarbij heeft de aanbesteder beoordelingsruimte, maar de Raad sanctioneert een kennelijke beoordelingsfout. SPI had zich in haar motivering uitsluitend gesteund op de prijsdetails van Batrageci en haar onderaannemer. Die bleken, buiten de stortkosten, echter niet met elkaar te rijmen: de kosten waren niet op dezelfde manier omschreven en niet allemaal per ton uitgedrukt. Bovendien kon het ontbrekende cijfer op de eerste, tweede of derde plaats in de prijs worden ingevoegd. Uit die verantwoording viel dus niet af te leiden dat Batrageci van bij het begin 155 euro had willen aanbieden, en de motivering noemde geen enkele andere aanwijzing. SPI kon zonder kennelijke beoordelingsfout geen materiële vergissing aannemen. Het eerste onderdeel van het eerste middel was ernstig; het tweede onderdeel onderzocht de Raad niet meer. SPI wees geen nadelige gevolgen van een schorsing aan. De Raad schorste de gunningsbeslissing van 30 juli 2026, beval de onmiddellijke tenuitvoerlegging, hield de offertes en de prijsverantwoordingen van Chêne en Batrageci vertrouwelijk — ook al vroegen de verzoeksters inzage in die laatste — en hield de kosten aan.
Waarom doet dit ertoe?
Het arrest trekt een scherpe grens tussen het verbeteren van een materiële vergissing en het wijzigen van een offerte na de opening. Een inschrijver die bij een prijsonderzoek ontdekt dat een post veel te laag staat, kan niet zomaar een ‘tikfout’ inroepen en zijn prijs optrekken met behoud van zijn rangschikking: dat zou de onveranderlijkheid van de offertes uithollen en de gelijke behandeling van de concurrenten aantasten. De aanbesteder mag een vergissing pas verbeteren als de werkelijke bedoeling van de inschrijver duidelijk blijkt, bij voorkeur uit de offerte zelf, de vergelijking met andere offertes en gangbare prijzen. Een verantwoording die achteraf wordt opgesteld en niet sluitend aansluit bij de cijfers van de onderaannemer, levert dat bewijs niet. Het arrest is ook leerrijk omdat de Raad de vertrouwelijke prijsverantwoordingen zelf naast elkaar legde: dat de verzoeksters die stukken niet konden inzien, verhinderde een ernstige toetsing niet. Bij een verschil van 590 euro op bijna een miljoen besliste die ene post over de gunning — wat het belang van een strikte toepassing van artikel 34 nog onderstreept.
De les
Aanbesteders: behandel een vergissing die pas tijdens het prijsonderzoek opduikt met argwaan. Ga na of de werkelijke bedoeling van de inschrijver blijkt uit de offerte zelf, uit de vergelijking met de andere offertes en uit gangbare prijzen, en motiveer dat concreet. Leg de verantwoording van de inschrijver en die van zijn onderaannemer echt naast elkaar: zelfde posten, zelfde eenheden. Is de bedoeling niet zeker, dan kunt u de eenheidsprijzen laten gelden of de offerte als onregelmatig weren — maar u kunt de inschrijver niet zelf de juiste prijs laten kiezen. Inschrijvers: controleer posten voor asbest- en ander gevaarlijk afval twee keer voor u indient; een vergissing achteraf rechtzetten lukt alleen als de juiste prijs onmiskenbaar uit uw offerte blijkt. Afgewezen inschrijvers: wanneer een concurrent na de opening zijn prijs ‘verbetert’ en daardoor goedkoopste blijft, loont het om die correctie aan te vechten, ook als u de verantwoording zelf niet kunt inzien.
Te onthouden
- Een materiële vergissing is een fout die kennelijk leidt tot een resultaat dat in strijd is met wat de inschrijver wou bereiken (art. 34 KB 18 april 2017).
- De aanbesteder zoekt de werkelijke bedoeling van de inschrijver door de offerte in haar geheel te analyseren en te vergelijken met de andere offertes en de gangbare prijzen.
- Dat een vergissing pas tijdens het prijsonderzoek wordt ingeroepen, sluit een verbetering niet uit, maar de bedoeling moet dan even duidelijk vaststaan.
- Een prijsverantwoording van inschrijver en onderaannemer die niet met elkaar te vergelijken zijn (andere omschrijvingen, andere eenheden), bewijst die bedoeling niet.
- Als het ontbrekende cijfer op verschillende plaatsen in de prijs kan worden ingevoegd, is er geen evidente bedoeling.
- Een vordering tegen de impliciete weigering om aan de verzoekende partij te gunnen, is slechts ontvankelijk als zij aantoont dat de opdracht haar moest worden gegund.
- De Raad kan vertrouwelijke prijsverantwoordingen zelf onderzoeken, ook al heeft de verzoekende partij er geen inzage in.
Waarop letten
- Correcties van eenheidsprijzen die de rangschikking bepalen: hier scheidde amper 590 euro de twee best gerangschikte offertes.
- Posten voor asbesthoudend afval, waar stortkosten, verpakking en transport in verschillende eenheden (ton, stuk, forfait) kunnen worden uitgedrukt.
- Het verschil tussen een prijsonderzoek (art. 36) en de verbetering van een materiële vergissing (art. 34): het eerste mag niet ongemerkt in het tweede overgaan.
- De plicht om rectificaties zichtbaar te maken en de originele offerte te bewaren (art. 34, § 3).
Stel jezelf de vraag
Als aanbesteder: blijkt de werkelijke bedoeling van de inschrijver uit de offerte zelf en de vergelijking met andere offertes, of enkel uit wat hij achteraf verklaart? Sluiten de prijsdetails van de inschrijver en die van zijn onderaannemer op elkaar aan, met dezelfde posten en dezelfde eenheden? Kan het ontbrekende of verkeerde cijfer slechts op één manier worden ingevuld, of zijn er meerdere mogelijke ‘juiste’ prijzen? Staat in uw motivering welke aanwijzingen u overtuigden dat het om een materiële vergissing ging? Als inschrijver: hebt u de eenheidsprijzen van gevoelige posten zoals asbestafvoer nagekeken vóór indiening? Als afgewezen inschrijver: hebt u nagegaan of de begunstigde na de opening van de offertes een prijs heeft laten corrigeren, en met welk effect op de rangschikking?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →