Geel zet de aanbesteding voor grachtenslib stop, maar krabbelt terug zodra de NV C. naar de Raad van State stapt: de stopzetting valt weg, de ingetrokken gunning blijft
Toen de NV C. bij uiterst dringende noodzakelijkheid de beslissing van de stad Geel aanvocht om de plaatsingsprocedure voor de raamovereenkomst ‘opslaan en verwerken van grachtenslib en grond’ stop te zetten, trok de stad tien dagen later precies dat onderdeel in — de intrekking van de eerdere gunningsbeslissing liet ze uitdrukkelijk bestaan — waarna de Raad van State de vordering en het annulatieberoep zonder voorwerp verklaarde en de stad in de kosten verwees.
Wat gebeurde er?
De stad Geel plaatste een raamovereenkomst voor het opslaan en verwerken van grachtenslib en grond, op basis van bestek 2025-437. Op 26 mei 2026 nam het college van burgemeester en schepenen een gemotiveerde gunningsbeslissing. Een kleine maand later, op 22 juni 2026, kwam het college daarop terug: het trok die gunningsbeslissing in en besliste tegelijk de plaatsingsprocedure stop te zetten op grond van artikel 85 van de Overheidsopdrachtenwet, om het dossier ‘op een later tijdstip opnieuw aan te besteden’. De NV C. diende op 7 juli 2026 één verzoekschrift in tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en tot nietigverklaring van de beslissing van 22 juni — maar uitsluitend ‘in zoverre’ daarbij werd beslist de procedure stop te zetten en later opnieuw aan te besteden. De intrekking van de gunningsbeslissing viel buiten haar beroep. De terechtzitting werd op 8 juli een eerste keer vastgesteld op 28 juli 2026. Nog vóór die datum, op 17 juli 2026, besliste het college ‘tot partiële intrekking’ van zijn besluit van 22 juni, ‘louter in zoverre dit besluit betrekking heeft op de beslissing om de plaatsingsprocedure stop te zetten’. Het besluit bleef uitdrukkelijk ‘onverlet’ wat de intrekking van de gunningsbeslissing van 26 mei 2026 betrof. Op de terechtzitting van 2 september 2026 werden advocaat Frederik Niesten voor de NV C. en advocaat Abdellatif Haddouchi voor de stad gehoord; eerste auditeur Thomas Maes gaf een eensluidend advies. In zijn arrest van 10 september 2026 stelt kamervoorzitter Geert Debersaques vast dat de UDN-vordering door de intrekking zonder voorwerp en dus niet-ontvankelijk is geworden. Omdat schorsing en nietigverklaring in één verzoekschrift waren gevorderd, past de Raad artikel 30, § 5, van de gecoördineerde wetten toe: het annulatieberoep ondergaat hetzelfde lot en wordt eveneens verworpen. De stad Geel draagt de kosten van de UDN-vordering: een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro aan de NV C.
Waarom doet dit ertoe?
Het arrest is procedureel, maar de feiten erachter zijn leerrijk. Een aanbesteder die een gunning intrekt, staat voor een keuze: de procedure herstellen en een nieuwe gunningsbeslissing nemen, of helemaal afzien van de plaatsing via artikel 85 van de Overheidsopdrachtenwet. Geel deed eerst het tweede en koos, zodra de stopzetting werd aangevochten, alsnog voor het eerste. De NV C. had haar beroep bovendien scherp afgebakend: zij viel enkel de stopzetting aan, niet de intrekking van de gunning. Precies dat onderdeel trok de stad in. Het gevolg is een dossier waarin de procedure niet langer stopgezet is, maar de oorspronkelijke gunningsbeslissing van 26 mei 2026 wél ingetrokken blijft. Het arrest bevestigt daarnaast twee vaste lijnen. Een intrekking van de bestreden akte maakt de UDN-vordering zonder voorwerp. En wie schorsing en vernietiging in één verzoekschrift vraagt, ziet het annulatieberoep met de UDN-vordering meegaan via artikel 30, § 5. Voor de kosten maakt dat weinig uit: de stad betaalt rolrecht, bijdrage en rechtsplegingsvergoeding.
De les
Voor inschrijvers: kijk goed welk onderdeel van een beslissing u schaadt, en baken uw beroep daarop af. Wie enkel een stopzetting aanvecht, kan een gerichte intrekking uitlokken die de procedure weer op gang brengt, zonder dat de rest van de beslissing ter discussie staat. Reken er wel op dat u na een intrekking geen uitspraak ten gronde krijgt, en dat het annulatieberoep in een enig verzoekschrift mee verworpen wordt. Volg daarna de verdere stappen in de procedure op: een nieuwe gunningsbeslissing is een nieuwe, aanvechtbare akte. Voor aanbesteders: een stopzetting op grond van artikel 85 is een ingrijpende beslissing die stevig gemotiveerd moet zijn. Wie twijfelt of ze een UDN-toets doorstaat, doet er beter aan meteen de procedure te herstellen dan te wachten op de zitting — anders volgen de kosten toch.
Te onthouden
- Geel trok op 22 juni 2026 de gunningsbeslissing van 26 mei 2026 in en zette tegelijk de plaatsingsprocedure stop op grond van artikel 85 van de Overheidsopdrachtenwet.
- De NV C. vocht enkel de stopzetting aan, niet de intrekking van de gunning.
- Op 17 juli 2026 trok de stad uitsluitend de stopzetting in; de intrekking van de gunningsbeslissing bleef bestaan.
- De UDN-vordering werd zonder voorwerp en niet-ontvankelijk; het annulatieberoep in hetzelfde verzoekschrift werd met toepassing van artikel 30, § 5, mee verworpen.
- De stad draagt 200 euro rolrecht, 26 euro bijdrage en 770 euro rechtsplegingsvergoeding.
Waarop letten
- Het onderscheid tussen het intrekken van een gunningsbeslissing en het stopzetten van de hele plaatsingsprocedure.
- De afbakening van het voorwerp van het beroep (‘in zoverre…’) bij een beslissing met meerdere onderdelen.
- De gevolgen van artikel 30, § 5, voor een annulatieberoep dat samen met een UDN-vordering in één verzoekschrift werd ingesteld.
- De vervolgbeslissing van de aanbesteder na de intrekking — die kan een nieuw beroep openen.
Stel jezelf de vraag
Hebt u als inschrijver bepaald welk onderdeel van een gecombineerde beslissing (intrekking van de gunning, stopzetting van de procedure) u werkelijk nadeel berokkent, en uw beroep daartoe beperkt? Weet u dat het beroep tot nietigverklaring in een enig verzoekschrift mee verworpen wordt wanneer de UDN-vordering zonder voorwerp raakt? Volgt u op wat de aanbesteder na een intrekking doet, zodat u een nieuwe gunningsbeslissing tijdig kunt aanvechten? Als aanbesteder: kan uw beslissing om op grond van artikel 85 af te zien van de plaatsing een toets door de Raad van State doorstaan, of is het herstellen van de procedure de veiligere weg?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →