zonder_voorwerp Nederlandstalig college

Na de schorsing trekt de Nationale Loterij de wering van de tijdelijke maatschap in: het annulatieberoep valt zonder voorwerp, de Loterij betaalt beide procedures

Arrest nr. 267600 · 11 september 2026 · XIVe kamer

Nadat de Raad van State op 2 december 2025 de onregelmatigverklaring van de offerte van een tijdelijke maatschap in de Brouck’R-inrichtingsopdracht had geschorst, trok de Nationale Loterij die beslissing op 13 januari 2026 in, waardoor het annulatieberoep zonder voorwerp werd en de Loterij de kosten van zowel de schorsing als de nietigverklaring draagt: 800 euro rolrecht, 52 euro bijdrage en 924 euro rechtsplegingsvergoeding.

Wat gebeurde er?

De Nationale Loterij plaatste een raamovereenkomst voor het ontwerp en de uitvoering van de inrichting van haar nieuwe kantoren in het Brouck’R-gebouw, inclusief change management en verhuis, via een procedure met onderhandeling. Op 14 oktober 2025 besliste haar raad van bestuur om de offerte van een tijdelijke maatschap van de NV W. en de BV V. onregelmatig te verklaren ‘op basis van de redenen vermeld in het tussentijds evaluatierapport’, en droeg hij het directiecomité op om de inschrijvers te selecteren die tot de onderhandelingen werden toegelaten, conform punt 1.5.2. c) van het bestek. De tijdelijke maatschap vorderde de schorsing van die beslissing. Bij arrest nr. 265.038 van 2 december 2025 willigde de Raad van State die vordering in: volgens dat arrest was de ISO 27002-eis in het bestek onduidelijk en stond de maximale uitvoeringstermijn van negen maanden op gespannen voet met de constructieplanning die de Loterij zelf had verstrekt. Op 18 december 2025 diende de tijdelijke maatschap ook het beroep tot nietigverklaring in. Op 13 januari 2026 trok de Loterij de bestreden beslissing in. De procedure liep daarna nog maanden door, maar in afgeslankte vorm. Eerste auditeur Ines Martens deelde mee dat zij geen verslag over het beroep tot nietigverklaring zou neerleggen. Bij beschikking van 6 mei 2026 stelde de voorzitter van de XIVe kamer voor om de zaak zonder openbare terechtzitting af te handelen; geen enkele partij vroeg om een zitting, en de zaak werd op 2 september 2026 in beraad genomen. In zijn arrest van 11 september 2026 stelt de Raad in één zin vast dat het beroep door de intrekking zonder voorwerp is geworden, en verwerpt hij het. De Nationale Loterij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing én van het beroep tot nietigverklaring: een rolrecht van 800 euro, een bijdrage van 52 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro aan de verzoekende partijen.

Waarom doet dit ertoe?

Het arrest zelf is kort, maar het sluit een dossier af dat de dynamiek van het aanbestedingscontentieux goed illustreert. Het echte werk gebeurde in het schorsingsarrest nr. 265.038: daar oordeelde de Raad dat een bestekseis die meerdere inschrijvers op een andere manier begrepen, geen sluitende grond biedt om een offerte te weren. Na die uitspraak koos de Nationale Loterij niet voor een procedure ten gronde, maar trok ze binnen zes weken haar beslissing in. Daarmee verdween de wering, en daarmee ook het voorwerp van het annulatieberoep. Voor de inschrijver telt het resultaat: zijn offerte is niet langer onregelmatig verklaard. Daarnaast regelt het arrest de kosten volledig in zijn voordeel: de Loterij betaalt de rolrechten en bijdragen van beide procedures en de rechtsplegingsvergoeding. Het arrest toont ook hoe sober zo’n zaak kan eindigen: geen auditeursverslag, geen terechtzitting, gewoon een schriftelijke afhandeling. Voor aanbesteders onderstreept het dat intrekken na een schorsing een gangbare en legitieme uitweg is, maar geen kosteloze.

De les

Voor inschrijvers: een onregelmatigverklaring in een tussentijdse fase van een procedure met onderhandeling is een aanvechtbare beslissing — wacht niet tot de gunning. Wie de schorsing verkrijgt, heeft vaak al de facto gewonnen: de aanbesteder trekt dan dikwijls in. Stel toch tijdig het annulatieberoep in, zodat de kostenvraag voor beide procedures op tafel blijft liggen en u de rechtsplegingsvergoeding kunt recupereren. Voor aanbesteders: wordt een wering geschorst omdat het bestek zelf onduidelijk is, dan is snel intrekken en de procedure rechtzetten verstandiger dan doorprocederen. Maar reken op de rekening: de rolrechten en bijdragen van de schorsing en de nietigverklaring, plus de rechtsplegingsvergoeding.

Te onthouden

  • De Nationale Loterij trok op 13 januari 2026 haar beslissing van 14 oktober 2025 in om de offerte van de tijdelijke maatschap onregelmatig te verklaren.
  • Die intrekking volgde op het schorsingsarrest nr. 265.038 van 2 december 2025.
  • Door de intrekking werd het beroep tot nietigverklaring zonder voorwerp en verworpen.
  • De zaak werd schriftelijk afgehandeld: de auditeur legde geen verslag neer en geen enkele partij vroeg een terechtzitting.
  • De Loterij draagt de kosten van de schorsing én van de nietigverklaring: 800 euro rolrecht, 52 euro bijdrage en 924 euro rechtsplegingsvergoeding.

Waarop letten

  • Tussentijdse weringsbeslissingen in een procedure met onderhandeling zijn zelfstandig aanvechtbaar.
  • Het beroep tot nietigverklaring tijdig instellen naast de schorsing — ook al lijkt de zaak na de schorsing beslecht.
  • De kostenlast na een intrekking: de verwerende partij betaalt voor beide procedures.
  • Onduidelijke bestekseisen die meerdere inschrijvers anders begrijpen, zijn een kwetsbare grond voor een onregelmatigverklaring.

Stel jezelf de vraag

Weet u als inschrijver dat een tussentijdse beslissing die uw offerte onregelmatig verklaart vóór de onderhandelingsfase al bij de Raad van State kan worden aangevochten? Hebt u na een geslaagde schorsing ook tijdig het beroep tot nietigverklaring ingesteld, zodat u na een intrekking de kosten van beide procedures kunt recupereren? Als aanbesteder: hebt u na een schorsingsarrest nagegaan of het probleem in het bestek zelf zit, en of intrekken en rechtzetten niet de verstandigste weg is? Beseft u dat een intrekking de verwerende partij in de kosten van beide procedures doet verwijzen, ook zonder uitspraak ten gronde?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →